Achtergrondinformatie bij “Oom Wanja”

Over de auteur

De Russische theaterauteur Anton Pavlovitsj Tsjechov (1860-1904) leefde en schreef grosso modo in dezelfde periode als de Gentse succesauteur August Hendrikx, wiens stuk De Familie Klepkens ook op onze affiche staat in 2012-2013. Dat zal alvast een boeiende side-by-side opleveren. Want beide heren bewogen zich in, of aan de rand van de toenmalige burgerij. Een biotoop die ze dus van binnen en van buiten kenden, en waar ze met evenveel plezier in roerden als een chirojongen in een mierennest.
Tot daar de overeenkomsten.

Als zoon van een failliete kruidenier slaagde de slimme Anton erin om zich een zekere maatschappelijke status te verwerven. Hij ging studeren in Moskou en werd arts. Niet voor lang. Want hij besluit na twee jaar al om zijn witte jas aan de haak te hangen en zich volledig toe te leggen op het schrijven.
Zijn ervaringen als geneeskundestudent en arts hebben echter een blijvende stempel gedrukt op zijn later werk als schrijver. Menselijke ellende, ziekte, dood… hij heeft het allemaal van dichtbij meegemaakt. Meer zelfs. Hij gaat het bewust opzoeken. Tsjechov bezoekt de strafkolonie Sachalinsk, hij organiseert een hulpactie voor boeren in hongersnood, hij zet zich persoonlijk in bij de bestrijding van een cholera-epidemie. Een man met een missie, en een grote sympathie voor de kleine mens. Een man ook die er niet voor terugschrikt om de inerte, parasiterende burgerij van toen op haar verantwoordelijkheid te wijzen.

Tsjechov is vooral bekend geworden, en gebleven, om zijn heel eigen rustige schrijfstijl –relaxed zouden we vandaag zeggen. Maar vergis u niet. De man analyseert haast genadeloos de psyche van zijn medemens, hij dissecteert met een fijn scalpel de mecaniek van menselijke conflicten. En hij deelt met plezier zijn inzichten. Zonder evenwel ooit te prekerig te worden. Maar ook zonder ooit een oplossing te suggereren. Heel karakteristiek is dan ook dat veel van zijn verhalen een open einde hebben.

Over het stuk

Na een aanvankelijke reeks pijnlijke fiasco’s (De Bosgeest, De Meeuw) wordt in 1899 Oom Wanja op de planken gezet. En voilà. Eindelijk wordt zijn talent erkend. Het stuk -met zijn eigen vrouw in de hoofdrol- wordt een fenomenaal succes. Het typische Tsjechov-recept van personages die zich een heel stuk lang proberen te ontworstelen aan een uitzichtloze situatie, slaat aan bij het grote publiek. Tsjechov’s naam staat vanaf dan gebeiteld in de zuil van de grote wereldliteratuur.

Voor wie van een “korte inhoud” houdt, hier is er eentje:
Wanja en zijn nichtje Sonia runnen al jaren een landgoed. Maar de komst van de Professor en zijn tweede vrouw veroorzaakt een ferme storm. Ongevraagd worden orde en regelmaat grondig verstoord. Oud vuil wordt weggespoeld. De personages komen willens nillens in actie, gedwongen om afstand te nemen van de dagelijks sleur. De touwtjes raken in de knoop. Er worden toekomstplannen gesmeed. Die zijn even hemels als hels. Ze proberen dichterbij elkaar te komen, of liever ook weer niet. Als marionetten op een draaimolen jagen ze elkaar na zonder elkaar in te halen. Oude frustraties en verborgen hunkeringen komen bovendrijven. En als het stof weer is gaan liggen, blijft de twijfel wat nu echt de moeite was. En de vraag: “Wat is het sterkst? De wil om gelukkig te zijn? Of de angst om te veranderen?”

Foto: Alain ZeegersRegisseur Alain Zeegers (In Volle Zee, 2011) zoekt en vindt in Oom Wanja vooral het komisch potentieel. Hij ziet het conflict-management van Tsjechov als een perfect instrument om de grappige kanten van relatiestoornissen en misverstanden tussen mannen en vrouwen in de verf te zetten.
Dit wordt letterlijk en figuurlijk een ontwapenende vertoning.

 

« terug